dinsdag 1 juli 2014

The magic number: 270

Electoral college

In Amerika win je de presidentsverkiezingen bij het behalen van minimaal 270 electoral votes. Dit systeem zorgt ervoor dat je de verkiezingen kunt winnen, terwijl je landelijk minder stemmen hebt gekregen dan je tegenstander. In het Nederlands wordt er gesproken over 'kiesmannen' en de verdeling van die kiesmannen heeft een grote invloed op de campagne. De presidentskandidaten kiezen de staten waar ze campagne voeren nauwkeurig uit, aangezien sommige staten een beslissende rol hebben. Andere staten krijgen daarentegen nooit kandidaten te zien, omdat de uitkomst van tevoren al vast staat.

Texas stemt bijvoorbeeld al decennia op een Republikein en aangezien de electoral votes (zoals bij bijna alle staten) allemaal naar de winnaar gaan, heeft het voor een Democratische kandidaat weinig zin om er tijdens een presidentscampagne veel tijd te 'verdoen'. De focus op de swing states (staten die op voorhand nog geen winnaar kennen) en de scheve verdeling van kiesmannen komt het principe dat elke stem gelijk is niet ten goede.




Your vote counts!

De opzet werd al in 1787 (voorafgaand aan de eerste presidentsverkiezingen) bedacht met het idee om de valkuilen van een landelijke verkiezing te vermijden. Door alle staten kiesmannen te geven, werd voor elke staat een gewicht gecreëerd en zouden kleine staten bijvoorbeeld niet worden genegeerd. Daarnaast was het oorspronkelijk zo dat een kiesman geacht werd om een betere afweging te maken dan het volk. Inmiddels is het een meer symbolische functie geworden waarbij een kiesman niet afwijkt van de stemuitslag. Het basisprincipe en de verdeling is wel gebleven.

Elke staat krijgt voor elk lid van het congres (Huis van Afgevaardigden en Senaat) een kiesman. Omdat iedere staat twee senatoren heeft en minstens één lid van het Huis, hebben zelfs de kleinste staten minimaal drie kiesmannen en verschilt het aantal inwoners per kiesman enorm: in Wyoming staat één kiesman voor 140 duizend inwoners en in New York voor 520 duizend inwoners. Het ´gewicht´ van je stem kan dus bijna verviervoudigen door naar een andere staat te verhuizen. (hier een precieze verdeling per staat).

2000 BUSH / GORE

Tijdens de historische verkiezingen van 2000 kreeg Al Gore ruim een half miljoen stemmen méér dan George W. Bush. De idiote verkiezingsnacht leverde nog geen winnaar op, aangezien niemand de 270 kiesmannen had bereikt. Alles draaide uiteindelijk om de 25 kiesmannen van Florida. Het verschil was zo nipt dat er een hertelling werd uitgevoerd, maar na een gecompliceerde strijd waarbij vele advocaten en rechters betrokken waren, bepaalde het Hooggerechtshof uiteindelijk dat de hertelling stopgezet moest worden. Bush won Florida officieel met 537 stemmen verschil en werd pas vijf weken na de verkiezingsdag verklaard tot President-elect (vermakelijke tv-film hierover: Recount).

Popular vote

Dit was de vierde keer in de geschiedenis dat de winnaar de popular vote verloor en je kunt je afvragen waarom er wordt vastgehouden aan deze omslachtige verkiezingsstructuur. Los van de vraag hoe effectief het ontstane tweepartijenstelsel in Amerika is (gebrek aan nuance, polariserende machtsstrijd congres) zou een verkiezing waarbij het totale aantal stemmen centraal staat in mijn ogen eerlijker en veel duidelijker zijn (en de opkomst, nu meestal rond de 55%, verhogen). De kiesmannen kunnen proportioneel verdeeld of desnoods afgeschaft worden. Een staat kan dan nog steeds worden ´gewonnen´ maar alle stemmen die nu verloren gaat tellen dan in ieder geval weer mee, en ook nog even zwaar. Zo zou zelfs een Democraat in Texas weer achter het principe kunnen staan dat elke stem telt.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten